Leerling weigert klas uit te gaan

Groepsproces en adolescentengedrag

Voorbeeld 1
Situatie:
Maandag 3e uur;

Docent geeft de klas 15 minuten de tijd om aan drie opdrachten te werken. 1 leerling is niet met de opdrachten bezig en kijkt al 12 minuten stil voor zich uit. De leraar roept zijn aandacht maar het is lastig om contact te leggen. De leraar vertelt dat er al 12 minuten van de 15 voorbij zijn en dat de leerling het over 3 minuten af moet hebben. De leerling zegt dat hij het af heeft voor die tijd. De leerling zegt tegen de docent “Ik stoor toch niemand”. Er volgt een discussie en de docent gaat kijken bij de leerling om te kijken of de leerling al iets heeft opgeschreven. Dit is niet het geval en de discussie gaat verder. De docent heeft het gehad, en stuurt de leerling naar een rector. De leerling zegt dat hij het voor die tijd af heeft en krijgt nog een kans van de docent. Je ziet dat de leerling nadenkt en zich ergert aan de docent door middel van uitdrukkingen. De tijd is voorbij en de docent vraagt aan dezelfde leerling het antwoord op de eerste opdracht. De leerling geeft een antwoord wat een eigen mening is waar niet om gevraagd werd en de andere opdrachten wist hij het antwoord niet op. De leerling zegt dat de docent altijd een probleem met de leerling heeft en vraagt wat zijn probleem is en of hij weer geen sex heeft gehad. De overige leerlingen reageren verschillend, sommigen lijken geïrriteerd en willen gewoon een les volgen, sommigen lachen en sommigen maken sarcastische gebaren (“goedzo”) naar de leerling. De leraar vraagt of het een leuke opmerking is of niet. De docent zegt dat hij alleen een probleem heeft dat de leerling de opdrachten niet gemaakt heeft en alleen voor zich uit heeft gestaard. De docent zegt dat de leerling zich moet melden bij de rector, de leerling antwoord hierop dat hij dit niet gaat doen. De leraar weet niet hoe hij hierop moet reageren waarop de leerling herhaalt wat hij zei maar nu schreeuwend. De docent zegt dat het buiten proporties is wat de leerling doet en pakt de tas van de leerling en zet deze buiten de klas en vraagt de leerling de klas uit te gaan. De leerling maakt in zijn ogen grappige opmerkingen. De medestudenten hebben verschillende reacties, verbaasd, geërgerd, onverschillig. De leerling zegt dat de docent hem zelf de klas uit moet halen wat de leraar niet doet. De leerling werkt totaal niet mee en de leraar geeft hem nog 1 laatste kans welke de leerling niet aangrijpt. De leraar gaat zelf naar de rector om deze te verwittigen van de situatie en om in te grijpen. De leerling maakt nog een opmerking waarna de leraar vertrekt. Sommige leerlingen vertrekken uit de klas wanneer de leraar de klas verlaten heeft. Sommige leerlingen kijken hiernaar en volgen deze leerlingen. Sommige leerlingen zeggen tegen de leerling dat hij gewoon moet luisteren naar de docent, waar de leerling tegenin gaat. De leraar komt terug met de rector die de leerling uit de klas wilt halen. De leerling gaat niet mee waarop de rector zegt dat ze het anders gaan doen. De rector vertrekt weer. De docent vertelt de leerling dat de leerling een groter probleem heeft gekregen, maar de leerling reageert onverschillig. De docent gaat na welke leerlingen de klas uit zijn gegaan en vertelt dat deze ook een probleem hebben. De leraar wilt de les hervatten en de opdrachten bespreken. Hij vraagt een andere leerling (leerling 2) om de antwoorden, welke de leerling ook niet heeft. De eerste leerling reageert hier positief op “bonding”. De leerling waar het eerst om ging (leerling 1) vraagt vervolgens aan de docent waarom hij leerling 2 er niet uit stuurt en hem wel. Leerling 1 brengt het feit op dat hij geen blonde haren en blauwe ogen heeft en of dit een kwestie van racisme is. De docent wilt de opdrachten overslaan. Leerling 1 herhaalt waarom de leraar leerling 2 niet de les uit stuurt. De overige leerlingen reageren op leerling 1 dat hij zijn mond moet houden waarop leerling 1 reageert en zegt dat het oneerlijk van de leraar is. Hierop besluit leerling 1 om zelf naar de rector te gaan. De docent reageert verbaasd, zegt dat hij niet blij is met de situatie maar wel opgelucht omdat hij is overgebleven met een klas die wel gemotiveerd is. De les wordt hervat en dit is het einde van het fragment.

Bronfenbrenner
Dit hele voorbeeld vindt plaats in het microsysteem van de leerlingen. Het is een directe leefomgeving, de school waar ze iedere dag zijn. Bij het mesosysteem behoort dat de leraar de leerlingen de opdracht geven om aan opdrachten te werken. Het is een interactie tussen verschillende onderdelen (de leraar en de leerlingen) in het systeem. Het feit dat de leerling racisme op brengt is een voorbeeld van het macro-systeem. De leerling ziet het als een vorm van racisme, maar de leraar heeft duidelijk gemaakt dat dit geen verschil geeft (van der Wal & de Wilde, 2017).

Ontwikkelingsgebieden
De leerlingen kregen de verantwoordelijkheid om zelfstandig aan een aantal opdrachten te werken, dit hoort bij morele ontwikkeling. De leerlingen kregen 15 minuten de tijd, en 1 leerling heeft hiervan 12 minuten voor zich uit gestaard. Dit is een vorm van slechte planning wat hoort bij de neurologische ontwikkeling. De leerling geeft aan dat de docent altijd problemen met hem heeft, dit is typisch cognitief egocentrisme. De leerling denkt dat hij belangrijk is of in het middelpunt staat. De overige leerlingen tonen geen of weinig empathie voor de gevoelens voor hun medestudent door te lachen, sarcastische gebaren te maken of geërgerd te reageren. Dit hoort ook bij de neurologische ontwikkeling. De leerling reageert opstandig, uitdagend en begint te schreeuwen, dit is een persoonlijkheids ontwikkeling volgens Freud. Wanneer de leraar naar de rector gaat, gaan sommige leerlingen de klas uit. Andere leerlingen kijken hiernaar en volgen deze leerlingen, dit “volg-gedrag” hoort ook in zekere zin bij het cognitief egocentrische, omdat ze het gevoel willen hebben om erbij te horen en niet dat anderen anders over hun gaan denken. Wanneer de leraar aan leerling 2 de antwoorden vraagt en deze geen antwoorden heeft leerling 1 een gevoel van herkenning en erkenning. Dit hoort bij persoonlijke ontwikkeling. Leerling 1 brengt vervolgens racisme op, wanneer leerling 2 niet de klas uit wordt gezet. Dit is een moreel dilemma, het gevoel van ongelijkheid, een universeel ethisch principe. De overige leerlingen tonen geen empathie voor leerling 1, die zich ongelijk behandeld voelt, wat een neurologische ontwikkelingsfase is. Leerling 1 besluit om zelf nu naar de rector te stappen omdat er een neurologishe onbalans is tussen gevoel en verstand (van der Wal & de Wilde, 2017).

Passend docentgedrag
De leraar gaf de leerlingen vrijheid om de opdrachten te maken, ook toen de leerling voor zich uit ging staren liet de leraar dit gaan. Hij gaf ze de vrijheid om zelf te bepalen wanneer ze met de opdrachten gingen beginnen en dit vinden we een fijn concept. De leerlingen hebben ook een eigen wil en zo kon er samen naar het einddoel gewerkt worden. In de gehele situatie bleef de leraar rustig, en zorgde hij er zo veel mogelijk voor om orde te houden ook al werd zijn les belemmerd door niet willende studenten. Toen de leraar merkte dat het te veel ging worden voor hem, stapte hij uit de situatie om de rector erbij te halen. Wij denken dat dit een voorbeeld van goed docentengedrag is om confrontaties uit de weg te gaan. Als het even te veel wordt, om even zelf uit de situatie te gaan en deze situatie te laten beoordelen, of een andere invalshoek te geven door een extern iemand te gaan halen en advies vragen. Uiteindelijk realiseert de leraar dat het geen zin meer heeft om de opdrachten te maken, en wilt iets anders gaan doen met de klas. Nadat leerling 1 de klas verliet gaf de leraar openheid over hoe hij zich voelde tegen de overgebleven groepsgenoten. We vonden dit gedrag van de docent erg goed, zodat de leerlingen moreel besef krijgen over wat voor consequenties bepaald gedrag op een persoon hebben. Want deze persoon is niet alleen een leraar, maar het is ook gewoon een mens. Het creëerde een gelijkheid. Het was erg knap van de leraar om hierna het voorval af te sluiten en de les weer op te pakken (van der Wal & de Wilde, 2017) (Geerts & van Kralingen, 2017).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *