Neurologische ontwikkeling

Inzichten vanuit onderzoek naar de ontwikkeling van het brein

Bij adolescenten verandert er nog veel in de structuur en ontwikkeling van het brein. Dit is zichtbaar gemaakt met behulp van scantechnieken. Bij deze techniek (ook wel MRI genoemd) kan men op een monitor zien welke hersengebieden actief zijn bij bepaalde processen. Uit deze onderzoeken kon geconcludeerd worden dat verbindingen tussen de diverse gebieden in de hersenen nog niet optimaal zijn. Hierdoor hebben adolescenten vaak moeite met het behouden van overzicht en concentratie in taakgerichte situaties. Echter zijn er ook voordelen aan het brein van adolescenten. Zo zijn adolescenten creatiever, idealistischer en vindingrijker dan volwassenen en dit komt omdat de verbindingen nog alle kanten op kunnen gaan (van der Wal & de Wilde, 2017).

In het brein zit een gebied wat de prefrontale cortex genoemd wordt. Dit deel van het brein regelt belangrijke complexe cognitieve vaardigheden en hier vinden ook veel leerprocessen plaats. Dit gebied is pas volgroeid in de late adolescentie. Functies van dit hersengebied zijn onder andere empathisch vermogen, plannen en ongeschikt gedrag stoppen. Adolescenten hebben hier dus over het algemeen moeite mee (van der Wal & de Wilde, 2017).

Doordat deze verbindingen nog niet vast liggen, zijn deze onderhevig aan veranderingen. Zo kunnen bepaalde kwaliteiten gestimuleerd worden doordat er extra neurale verbindingen in dat bepaald gebied worden  gecreëerd. Maar wanneer een adolescent ergens geen interesse in heeft, en hier ook weinig of niets mee doet, kunnen deze verbindingen uiteindelijk zelfs afgebroken worden. Prikkels uit de omgeving en ervaringen opdoen zijn dus cruciaal voor de ontwikkeling van bepaalde functies als waarneming, motoriek en taal (van der Wal & de Wilde, 2017).

Zoals beschreven in het stuk over cognitieve ontwikkeling, is het emotionele regelsysteem eerder volgroeid dan het rationale controlesysteem. Dit wordt ook wel een onbalans tussen gevoel en verstand genoemd. Hierdoor beleven adolescenten gebeurtenissen en gevoelens heftiger en intenser. Uit onderzoek van Crone is gebleken dat niet alleen het krijgen van een beloning bij jongeren in de vroege- en middenadolescentie motiveert, maar ook dat het vooruitzicht op een mogelijke beloning resulteert in overactiviteit in het emotionele pleziergebied. Hierdoor nemen ze meer roekelozer besluiten omdat ze niet of minder rationeel denken om maar de beloning te krijgen.  Dit zijn echter korte termijn gedachten en emoties, omdat ze nog niet stil staan bij de langere termijn gevolgen (van der Wal & de Wilde, 2017).

Voorbeeld uit de praktijk:

https://www.dumpert.nl/mediabase/7453843/561047ef/met_de_prullenbak_van_de_trap_.html

Voorbeeld adolescentgedrag
In dit filmpje is een typisch voorbeeld te zien van impulsief gevaarlijk adolescenten gedrag binnen de school. We zien dat de leerling een niet al te goed doordachte actie gaat uitvoeren. Hij wordt hierbij aangemoedigd door andere leerlingen. De één telt af, de ander geeft hem een zetje en er staan er een paar te kijken hoe hij naar beneden tuimelt. Er is hier sprake van een niet goed doordachte, gevaarlijke actie. Dit komt omdat adolescenten gevoeliger zijn voor de beloning (in dit geval de goedkeuring en eventueel respect van mede leerlingen) en hierdoor minder rationeel denken. Tevens kan de beloning komen in de vorm van een cool filmpje op Facebook.

Passend docentgedrag
Passend docentgedrag zou in dit geval zijn (na het verplegen van de wond) de leerling apart te nemen en met hem in gesprek gaan om erachter te komen wat de motivatie was van deze leerling. Was het simpelweg een domme actie of zit er meer achter. Aangezien de leerling gewond is en het om een domme actie gaat is het niet nodig om de leerling ter plekke hard terecht te wijzen. Wel is het belangrijk om de leerling duidelijk te maken dat dit gedrag niet getolereerd wordt in de school en de leerling verantwoordelijk te stellen voor eventuele materiële schade. Docenten kunnen deze actie ook als voorbeeld gebruiken in de klas om vandalisme bespreekbaar te maken en wat de consequenties hiervan zijn, dit zal andere leerlingen sneller weerhouden eenzelfde actie uit te voeren in de school. Het is goed om in het achterhoofd te houden dat je te maken hebt met een nog ontwikkelend puberbrein.

Groepsprocessen
De actie is waarschijnlijk het resultaat van groepsdruk en de zoektocht naar de korte-termijn beloning in de vorm van dopamine. Hij wordt dan ook aangemoedigd door andere studenten waardoor hij misschien het gevoel krijgt dat hij stoer is (directe beloning). Hiernaast is er nog een “beloning” in het vooruitzicht in de vorm van respect en acceptatie. Als dit soort gedrag niet in de kiem wordt gesmoord bestaat er een kans dat dit soort gedrag alleen maar versterkt wordt.

Voorbeeld 2:

In dit voorbeeld zien we dat een leerling de klas in komt en meteen opbiecht dat ze haar huiswerk niet heeft gemaakt vanwege de begrafenis van haar oom. Echter zodra de leerkracht begint door te vragen blijkt het verhaal niet helemaal te kloppen. Ze verzint allemaal excuses waarom ze haar huiswerk niet gemaakt heeft en wordt daarna ook nog eens heel brutaal. Ook zien we dat er andere leerlingen zijn die hun huiswerk niet hebben gemaakt of het verkeerde gemaakt hebben. Hoewel er tal van redenen kunnen zijn waarom ze haar huiswerk niet heeft gemaakt, is het aannemelijk dat dit te maken heeft met het ontwikkelend puberbrein. Doordat de verbindingen tussen de diverse gebieden in de hersenen nog niet optimaal zijn hebben adolescenten vaak moeite met het behouden van overzicht en concentratie in taakgerichte situaties (van der Wal & de Wilde, 2017). Ook zien we hier een typisch voorbeeld van het niet goed reguleren van emoties en het niet kunnen stoppen van ongewenst gedrag. Ook kan de beloning in de vorm van groepsacceptatie er voor zorgen dat de hersenen geprikkeld worden en de beloning op korte termijn het wint van het verstand. Ook zien we in deze clip heel goed terug dat adolescenten niet iets doen als het niet hun interesse wekt, wat ook zijn oorzaak vindt in het ontwikkelend puberbrein.

Docentengedrag

In dit voorbeeld zien we dat de docent controleert of de leerlingen hun huiswerk gemaakt hebben. Dit is verstandig. Doordat de prefrontale cortex nog niet goed ontwikkeld is, hebben adolescenten over het algemeen moeite met plannen en organiseren. Bij ons op school gebruiken we Magister als hulpmiddel bij plannen en organiseren. Magister is een programma waar alle leerlingen een account in hebben waardoor ze digitaal kunnen zien wat ze moeten doen en wanneer ze het af moeten hebben. Ook wordt hun voortgang hierin bijgehouden en kunnen ze hun rooster hier vinden. In deze situatie zou de docent hiernaar kunnen verwijzen. Het is als docent goed om kaders te scheppen zodat leerlingen weten wat er van hun verwacht wordt. Ook zou ik als docent sneller ingrijpen door niet met de leerling in discussie te gaan maar na de les terug te laten komen. Daarnaast is het zaak dat de stof op een zodanige manier word aangeboden dat het de interesse wekt van de leerlingen, zodat ze gemotiveerd zijn om hun huiswerk te maken. Het goed te onthouden dat dit soort gedrag met het ontwikkelende puberbrein te maken heeft.

Groepsproces

Wat we hier goed kunnen zien is dat de leerlingen zich achter Dorien scharen. De leerlingen staan hierin tegenover de leerkracht. Zo’n ‘shift’ in loyaliteit kan bij pubers heel snel veranderen  door de onbalans tussen gevoel en verstand. Ze gaan dus heel snel in de situatie mee ook al weten ze dat het niet goed is. Haar brutale gedrag heeft dus effect op de hele groep. Het kan zijn dat zij en de andere leerlingen een kick krijgen van het brutaal zijn tegen de leerkracht. Als docent is het belangrijk deze situatie zo snel mogelijk in de kiem te smoren zodat het niet escaleert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *