Persoonlijkheids- en identiteitsontwikkeling

Persoonlijkheid

Mensen plaatsen onbekenden in zogenoemde hokjes. De eerste indruk is bepalend over hoe een persoon een onbekende individu benadert. Dit is een soort van oergewoonte om de kans op overleving groter te maken (van der Wal & de Wilde, 2017).

Het begrip persoonlijkheid omvat meerdere kenmerken. Voorbeelden hiervan zijn wat je gedachtegangen zijn, uitingen in gedrag, je motivaties en je valkuilen. Persoonlijkheidskenmerken kunnen zowel ontstaan zijn uit aanleg of door de opvoeding verworven eigenschappen. Dit wordt ook respectievelijk nature en nurture genoemd. Echter staat de invloed van beide nog wel ter discussie op bepaalde kenmerken waaronder muzikaliteit. Een aangeboren kenmerk is temperament, het gedrag wat een persoon van nature uit op prikkels uit de omgeving (van der Wal & de Wilde, 2017).

Persoonlijkheid volgens Freud

Sigmund Freud heeft een model bedacht over persoonlijkheid. Dit model bestaat uit drie onderdelen, het Es (het), het Ich (ik of ego) en het Über-Ich (boven-ik of super-ego). Bij het Es horen de biologische driften zoals seksuele lust en agressie. Het Ich staat voor waarneming, het bewustzijn en het verstand. Het Ich reguleert het Es maar houdt ook rekening met de eisen vanuit het Über-Ich. Het Über-Ich is het geweten, hetgeen wat een persoon weerhoudt om bepaalde dingen te doen (van der Wal & de Wilde, 2017).

Persoonlijkheidsontwikkeling volgens Erikson

Erik Erikson was een Duits-Amerikaanse psycholoog die een andere kijk had op het begrip persoonlijkheid. Zijn visie op persoonlijkheidsontwikkeling laat niet alleen zie hoe of waaruit de persoonlijkheid is opgebouwd. De theorie laat ook zien hoe de persoonlijkheid beïnvloed wordt door interactie met de sociale omgeving. Erikson onderscheidt vier aspecten bij persoonlijkheid:

– Het besef van continuïteit: Ondanks vele lichamelijke, geestelijke en seksuele veranderingen het gevoel hebben dat je hetzelfde blijft.
– Het besef van herkenning en erkenning: Voor de adolescent is het belangrijk dat je herkent en erkend wordt door zijn of haar omgeving. Als dit niet zo is dan kan het een gevoel van miskenning geven wat de continuïteit verstoord.
– Het besef van innerlijke vrijheid en afhankelijkheid: De adolescent moet leren wat zijn of haar eigen mogelijkheden en beperkingen zijn. Door dit goed te weten en hier goed mee om te kunnen gaan zal de adolescent zich lekker in zijn vel voelen.
– Het besef van een zinvolle toekomst: De adolescent zal doelen en idealen stellen voor de toekomst. De adolescent kan hiervoor gemotiveerd worden zodat keuzes maken en het nemen van verantwoordelijkheid makkelijker wordt.
Deze aspecten horen bij een langdurig proces van vallen en opstaan. Het jezelf eigen maken van je identiteit, jezelf leren kennen, jezelf ontplooien tot de persoon wie je wilt worden. Het is een identiteitscrisis, een afwisseling van identiteitsbesef en identiteitsverwarring. Adolescenten staan bijvoorbeeld onder een hoge prestatiedruk, ze ontplooien zichzelf seksueel gezien, ze zetten zich af tegen hun ouders of verzorgers. Door ingrijpende ervaringen op deze (en ook andere) gebieden kan er verwarring ontstaan (van der Wal & de Wilde, 2017).

Voorbeeld adolescentgedrag:

In dit voorbeeld zien we jonge adolescenten die transgender zijn. We zien wat voor een emotionele impact het heeft op de jongeren en hoe zij zich ontwikkelen tijdens hun adolescentensperiode. Het besef van continuïteit is hier het meest van toepassing omdat de letterlijke aard van de adolescenten haaks staat tegenover hoe ze er uitziet en hoe anderen hen zien. Ze zijn op zoek naar wie zijn en wat ze willen worden. Er vind een transitie plaats van zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Ook is het besef van herkenning en erkenning hier aan de orde: Voor de adolescent is het belangrijk dat je herkent en erkend wordt door zijn of haar omgeving. Hoe de omgeving reageert op de transitie van de adolescent is met name van belang voor de continuïteit en natuurlijk hun eigenwaarde.

Passend docentgedrag

Zoals in het filmpje wordt gezegd is het belangrijk dat er een vertrouwenspersoon op de school aanwezig is. Tevens moet de school een beleidsplan hebben om met dit soort zaken om te gaan. De docent speelt een belangrijke rol als het gaat om de erkenning en herkenning van de adolescent. Voor de adolescent in kwestie is het prettig dat de docent mee gaat in de veranderingen die plaats vinden. iets simpels als de nieuwe naam gebruiken kan al een groot verschil maken.

Voorbeeld adolescentengedrag

In deze clip zien we hoe twee adolescenten het hebben over welk beroep ze later willen uitoefenen. Hoewel het satire is, vertegenwoordigd  het wel een belangrijke stap voor adolescenten in hun leven. Een stap die veel veranderingen met zich mee zal brengen, ook aan de identiteit van de adolescent. Het besef van een zinvolle toekomst komt hierbij kijken omdat ze doelen en idealen moeten gaan stellen. De idealen zullen namelijk moeten aansluiten bij de beroepskeuze die je gaat maken. Hiernaast is het besef van innerlijke vrijheid en afhankelijkheid zeer belangrijk omdat je goed moet weten wat je mogelijkheden en beperkingen zijn bij het maken van een keus. 

Docentengedrag

Als docent zou adolescenten kunnen begeleiden in het vinden van hun krachten en zwaktes. Ook zou je de adolescenten kunnen helpen bij het ontdekken waar ze goed in zijn en ze vervolgens de vrijheid geven om dit te ontwikkelen. Daarnaast zou je de leerlingen het gevoel kunnen geven dat ze hun eigen doelen kunnen stellen,dit kan de leraar doen door de self determination theorie to te passen in de lessen. Daarmee geef je ze al een stukje vrijheid en zekerheid in het maken van hun eigen keuzes. Als laatst zijn er tal van beroepskeuze testen die je zou kunnen doen met de leerlingen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *